skip to Main Content

Manieren om 20e eeuwse muziek te leren waarderen

De meeste mensen leren niet 20e eeuwse muziek door er meteen naar te luisteren – natuurtalenten uitgezonderd. Verderop, in het muziek album, zullen we wel enkele stukken tonen die vrij toegankelijk zijn en die u wellicht ‘meteen leuk vindt’.

Hoe komt iemand tot waardering van 20e eeuwse muziek?

  • waardering van 20e eeuwse muziek kan door opschuiving van smaak naar modernere muziek: u hield van Händel, maar begon de vorm toch wel ‘cliché’ te vinden en streeft naar meer. Chopin was wel leuk, maar kent u na 20 jaar wel. U bent benieuwd naar NIET-cliché vormen, nieuwe geluiden…verrassing…of u hoort moderne klassieke muziek waarvan u denkt: ‘Ik weet niet of ik het mooi vind, maar ik wil het aan laten staan, en daarna pas merken of ik het mooi vindt’.
  • Uitstekend muzikaal geheugen. U hebt twee keer ‘Ode an die Freude’ van Beethoven gehoord, kunt de rest wel zelf wel ‘deunen’, het enige dat u interesseert is nog of de muziekkwaliteit mooi zal zijn. Uw muzikale geheugen is zo goed dat u naar het een keer horen van ‘Ode an die Freude’ geen zin hebt er een CD van te kopen.
  • Het kunnen uithouden van ‘dissonanten’. In de baroktijd en klassieke periode (1750-1825) duurde dissonanten maar kort, ze dienden als tijdelijke spanning, om daarna snel over te gaan naar ‘harmonische klanken’ die weer geruststelden. Het uit kunnen zitten van de Mattheus Passion (Bach 1685-1750) is al een goed voorteken: de stem en ‘melodielijn’ van de orator is lang en niet aangenaam:  u moet die uit kunnen zitten, eventuele heftige muziek daarna ook, om uiteindelijk beloond te worden met verbindende en vertederende aria’s die alle weer goed maken
  • atonaliteit VERFRISSEND vinden. In de baroktijd was vrijwel alles in een eenduidige ‘sleutel’, de basisklank van een akkoord (basistoon, zoals C) en een quint (5e toon als C 1e toon was), vaak met een terts erbij = drieklank. Er werd wel gemoduleerd tussen basistonen en bovenklanken, maar men kwam altijd snel terug tot herkenbaarheid. Bij moderne muziek moet u onherkenbaarheid prettig vinden, of zelfs speels en verfrissend, en vertrouwen hebben dat de componist uiteindelijk TOCH met herkenning zal komen, al kunt u niet meteen zeggen waar de herkenning of interne consistentie uit bestaat. Dat vereist een zeer goed lange termijn (muzikaal) emotioneel geheugen
  • onconventionaliteit. In de psychologie kunnen mensen worden getest en weergegeven op een schaal van ‘conventioneel’ tot ‘onconventioneel’ . Voor moderne klassieke muziek moet u sterk aan de onconventionele kant zitten. Conventioneel houdt in: vasthouden aan wat van vroeger bekend is, en aan wat in de omgeving sociaal gewenst is. Onconventionaliteit kenmerkt zich door experimenteerlust in het onbekende. U moet ‘zin hebben om gek te doen’, ‘in gek doen’ plezier hebben en er daarna met genoegen op terug kunnen kijken
  • wil tot uitbreiding van smaak. Van muziek die u (nog) niet mooi vindt, kunt u het beste hopen die op een dag WEL mooi te vinden
  • opschorten van oordelen. Wel of niet mooi vinden is minder belangrijk, en voor andere mensen dan u niet interessant. Het gaat er om dat u NA aanhoring van een stuk een goed gevoel overhoudt, urenlang, in de trant van: ‘Het heeft mij verbreed’, ‘Ik had het niet willen wisselen’.
  • Wil tot verdieping in muziekgeschiedenis, motivaties van de componisten, de inbedding van hun levens in de levens/wereldsituatie, hun persoonlijke geschiedenis en hun financiële doelen of problemen. Voorbeeld: het kennen van de relatie tussen de zeer fijnzinnige Shostakovitch en de plompe dictator Stalin helpt u zeer bij het aanhoren van de ‘heroisch bombastische’ passages in Shostakovitch. Als u precies luistert, hoort u door de bombastische passages een verfijnde ondertoon, een soort protest tegen Stalin dat laatste zelf niet hoorde. De werken NA de dood van Stalin zult u dan gemakkelijk kunnen begrijpen: een BEVRIJDE Shostakovitch die zich eindelijk kon uiten zoals hij zelf wenste.
  • Compositieleer. Harmonieleer is slechts het eerste deel ervan; daarna komt de motivistische vorm, en uiteindelijk de ‘vormenleer’, waar wil een componist met het uiteindelijk stuk naar toe? Het boek ‘Die Harmonilehre’ van Arnold Schoenberg wordt zeer aangeraden. Hij legt de harmonieleer uit, wat goed klinkt…wat hij overigens bewijst in een stuk als “Gurrelieder’ dat gewoon harmonisch is. Daarna ging hij bewust AFWIJKEN van harmonieleer, en meer atonaliteit en serialisme omarmen. Dit alles lezen vergroot het begrip voor de gehoorde muziek.

Het funest is om open te staan voor moderne klassieke muziek (en die uiteindelijk veel mooier gaan vinden dan wat voor 185o geschiedde) is naar een paar maten te zeggen: ‘Dit vind ik niet mooi’. Dat zegt niets over componist, maar wel alles over uw ongeduld en onwil om iets nieuws te leren, en uw eigen clichématigheid.

Het grote verschil tussen popmuziek en klassieke muziek is:

  • popmuziek sleept je vanaf het begin mee, teert op veel herhaling en eindigt daarom meestal met een ‘fade away’ na 3 minuten
  • het begint met een ‘sound’ die u aanspreekt, en onmiddellijk op emotie inspeelt, maar waar u na het nummer van ca. 3 minuten ook wel gezien hebt
  • er lopen zeer weinig melodielijnen door elkaar
  • het is sterk op harmonieleer gebaseerd
  • veel gebruik van electronische hulpmiddelen, en niet van instrumenten die zonder electriciteit door de mens gebruikt kunnen worden door erop te SLAAN (pauk bv.), te plukken (snaarinstrumenten), te strijken (snaarinstrumenten met strijkstuk) of te blazen (blaasinstrumenten).

Geschiedenis Klassieke Muziek in vogelvlucht.

Voor 1600: monofone muziek, 1 melodielijn voor alle instrumenten, behalve bij de vorm: zang, ondersteund door achtergrond muziek. Zie Gregoriaanse zang. Het individu bestond nauwelijks, en er was een zeer sterke sociale wenselijkheid uitgedrukt door de Kerk

Monteverdi: begin van polyfone = meerstemmige muziek

JS Bach (1685-1750): een enorme explosie aan veelstemmigheid, en ook uitstel van harmonie (denk aan de orator in passies).

1750-1825: de ‘klassieke periode’ van de klassieke muziek. De tijd van de ‘sociaal gewenste, clichématige riedeltjes’ zoals niet liefhebbers zouden zeggen. ‘Victoriaans’.

De vroege romantiek. Maurice Ravel, Claude Debussy, Richard Wagner en nog veel meer: een teruggrijpen enerzijds op de natuur (Rousseau) waarbij mee meegegeven kan worden richting ‘zwevende, onderzoekende en zich verbazende emoties’, een minder strak houvast aan harmonie, en grotere orkesten (zeker bij Wagner, die ‘Gesamtkunstwerke’ wilde scheppen die ‘allesumwerfend’ wilden zijn; geen wonder dat Hitler van Wagner hield).

De 20e eeuwse muziek, die zich ook voor vraagstukken geplaatst zag: ‘Wat na Beethoven?’ en ‘Wat na Wagner?’. De Russen hadden hun eigen nationalistische school met Moussorgsky, Rachmaninow en Scriabin….maar wat moest Europa? Of Amerika?

Twee grote geesten die voor vernieuwing zorgden waren Stravinsky, en zijn tegenvoeter Schoenberg, die revolutionaire systemen bedacht met het 12 tonen systeem, serialisme, dat door leerlingen als Alban Berg en Anton Webern volbracht kon worden tot ‘toevalsmuziek. Anderen, zoals Charles Ives, Aaron Copland, Samual Barber, Ralph Vaughn Williams waren meer ‘algemeen verbindend, terwijl anderen zoals de zeer veelzijdige Shostakovitch zochten naar hun extremen. Dvorak geldt als een van de grootste Europese componisten, die veel verschillende stijlen in eigenheid verbond.

Boeken waar wij graag naar verwijzen zijn:
– John Swafford: The Vintage Guide to Classical Music
– Die Harmonielehre van Arnold Schoenberg
– Robert P Morgan: Anthology of Twentieth-Century Music (Norton Introduction to Music History)
– Robert P Morgan: Twentieth-Century Music: A History of Musical Style in Modern Europe and America (Norton Introduction to Music History)

Slotopmerking: veel 20e eeuwse muziek werd pas na 2000 toegankelijk, toen er meer op internet kwam te staan. Daarvoor was men aangewezen op muziekzaken die nauwelijks 20e eeuwse muziek in huis hadden, gebrek aan overzichten door boeken, totaal gebrek aan mogelijkheden om te luisteren zoals nu (2018) youtube, een schrijnend gebrek aan opnames, en een gebrek aan durf om een modern stuk op het programma te zetten bij klassieke concerten. De massa houdt nu eenmaal van barok, klassiek en vroeg romantische muziek, en werd (uit angst publiek weg te jagen) slechts incidenteel getracteerd op een modern stuk ‘tussendoor’.

Wij hopen u middels deze site enthousiast te maken voor 20e eeuwse klassieke muziek!

Een nog niet eerder genoemd, zeer belangrijk element is de ‘hifi’: omdat klank, en veelstemmigheid zeer belangrijk zijn bij moderne klassieke muziek, heeft men nauwelijks genot van een installatie van 1 of een paar duizend euro. Er dient toch wel geinvesteerd te worden in een installatie (versterker plus floor standing boxen) van minstens 10.000 euro bij elkaar, nieuwprijs. Een goedkopere manier om toch optimaal geluid te horen bestaat uit de best commercieel verkrijgbare Sennhuiser koptelefoon te kopen (ca. 800 euro) met passende aparte koptelefoon versterker (ca. 2000 euro). Vandaar dat op de volgende pagina eerst ingegaan wordt op ‘hifi’. Een orkeststuk van Ravel op een goedkope installatie klinkt als ‘een amorf orkest’ en zal weinig enthousiasme kunnen opwekken; een goedkope installatie is geen probleem bij weinige instrumenten, en 1 melodielijn. Grote boxen zijn nodig om de ‘bas’ (goed over te brengen.